Afgelopen dinsdag reisde ik van het huis van mijn dochter naar Assen. Samen met mijn oudste kleindochter ging ik naar het Drents museum. Heel leuk!
We konden kiezen hoe we er met het openbaar vervoer naar toe wilden reizen. Of met de bus en dan met de trein, of helemaal met de bus.
Als je zonder abonnementen met de trein + bus reist, dan kost dat €9,79 voor een enkele reis voor mij alleen.
Met de bus is het goedkoper. Kinderen reizen gratis mee en volwassenen betalen €8,06 voor een enkele reis.
Maar, en nu komt het, ik krijg als oudere automatisch korting als ik met de bus reis met een persoonlijke OV-chipkaart. Geen kortingskaart nodig en dan is de prijs €5,32 voor een enkele reis.
En doordat ik een daluren kortingabonnement heb, betaal ik nog weer minder, dan kunnen kleindochter en ik samen namelijk voor €6,37 retour naar Assen. Dat komt ook doordat kleindochter in de bus gratis mee mag.
Een goed koop uitje dus.
Kleindochter en ik hebben beiden een Museumkaart, dus we konden gratis naar binnen en de leuke tentoonstellingen bezichtigen. We gingen naar Microkosmos – De wereld in een Wunderkammer
en verder naar Labyrinhtia, ook prachtig en leuk voor kinderen.
En dan blijft voor mij de vraag: waarom is het prijsverschil zo groot bij het reizen over deze relatief korte afstand?
Alles met de bus is een reis van 1 uur en 9 minuten. Met bus + trein doe je er 1 uur en 3 minuten over. Het is dus ook niet zo dat de trein veel sneller gaat.
Uitgaande van mijn ouderenkorting, die ik wel automatisch in de bus heb maar niet in de trein, scheelt het €8,94 voor een retour.
Daarom kies ik elke keer dat ik naar het Drents museum ga voor reizen met de bus.
Dan profiteer ik ook van mijn daluren korting. Dat scheelt mij per bezoek aan Assen en vervolgens weer retour naar huis €4,27. Voor die dalurenkorting betaal ik 25 euro per jaar en die kortingskaart moet natuurlijk wel uit kunnen. Anders hoef ik hem niet jaarlijks te kopen.