Posts tonen met het label Vroeger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vroeger. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2026

Foto's uit het fotoboek van oma Aaf, overleden in 1984

Mijn oma Aaf, was 87 jaar toen ze overleed en ze had een oud fotoboek. Dat fotoboek is door mijn neef gedigitaliseerd. 
Het was een insteek fotoboek, waar je de foto's in sleuven in kon schuiven. 
Van veel foto's heb ik geen idee wie het is. Van een enkeling weet ik het wel.
Omdat het toch bijzondere foto's zijn, wil ik er hier in dit blog een aantal publiceren. Gewoon omdat het leuk is. 

dit is vrijwel zeker Eelke, een oom van mijn oma, 
die bij haar ouders woonde

dit is mijn oma Aaf (rechts), met een voor mij onbekend kind. 
Misschien een vluchteling uit België of Oostenrijk*. 
Lees onder dit blogje meer hierover.

een overgrootmoeder van mij, 
waarschijnlijk de schoonmoeder van mijn oma
Dit is de oudste broer van mijn oma Aaf, met hieronder de achterkant van deze foto. 
Geweldig, met al die prijzen die vermeld zijn! 

  
totaal onbekende mensen. 
Wat opvallend is, zijn de oorijzers en mutsen die 
de gehuwde vrouwen en weduwes  dragen.
Dat hoorde blijkbaar zo op foto's gemaakt in studio's. 
Ik vraag me af of deze vrouwen
zelf gouden oorijzers in hun bezit hadden, 
of dat ze deze alleen voor de foto op hun hoofd gezet kregen. 
Bij mijn weten was de familie van mijn moeder niet erg rijk en 
waren het kleine handwerkslieden, zoals schoenmaker, klompenmaker, 
visser, werkman, boerenknecht, voerman, 

een tante van mijn oma? 

achterkant van bovenstaande foto

Er zitten ook nieuwere foto's in. Foto's van familieleden die ik wel gekend heb.

mijn moeder en mijn broer, rond 1975

oma Aaf en mijn vader, ook rond 1975

Het publiek na een zeilwedstrijd rond 1930. Mijn moeder is het meisje midden voor met witte kleding.
Achter haar zit haar broertje en een beetje vaag en donker dáár weer achter haar vader, met bril. 

* toelichting op vluchtelingen tussen 1914 en 1920. 
Ongeveer 1 miljoen Belgische vluchtelingen vluchtten in de eerste wereldoorlog naar Nederland. En kwamen ongetwijfeld ook in Friesland terecht. 
Rond 1920, nadat Oostenrijk de 1e wereldoorlog verloren had, waren er kindertransporten vanuit Wenen naar Nederland. Tienduizenden zieke en hongerige kinderen kwamen vanuit Oostenrijk naar Nederland. Soms tijdelijk. Soms bleven ze. Op sommige achterkanten van de foto's in oma Aafs fotoboek staan Franse of Duitse teksten. Deels ook foto's van een fotostudio in Wenen. (F Weitzmann, Keplerplatz Wien)
Als ewiges Andenken.
Daarom denk ik, dat er destijds vluchtelingen bij mijn familie woonden. Ik heb er nooit wat over gehoord, ik kom alleen in het fotoboek aanwijzingen tegen. 

Ik heb rond 1975 iemand gekend die als kind uit Wenen kwam en in Groningen gebleven is. 
Miep Gies, bekend van de geschiedenis van Anne Frank, kwam ook uit Oostenrijk en bleef. 
de achterkant van een foto uit het fotoboek van mijn oma Aaf

woensdag 5 augustus 2026

Bijzondere voornamen van vroeger, die uit de mode zijn

Al weer lang geleden maakte ik een stamboom voor mezelf en voor mijn dochters. Alle voorouders met hun broers en zussen komen er in voor. 
Bij sommige voorouders ging ik in die stamboom terug tot in de 17e of 16e eeuw.

In mijn stamboom en ook in die van de vader van mijn dochters, komt iedereen voor zover ik kan nagaan uit Friesland. Het zijn dus meest Friese namen. Natuurlijk staan er in die stamboom ook nu nog in Nederland gangbare namen. Zoals Jacob, Jan, Maria, Johanna, Simon, Dirk, Willem, Pieter, Klaas, Marijke, Jacoba, Christina, Hendrik, Abraham, Sara, Koenraad, Martinus, Aaltje, Antje.  
Friese namen die nu nog heel gangbaar zijn staan er ook genoeg in deze stamboom. Die heb ik niet opgenomen in onderstaand lijstje. 

Meisjesnamen:

Wopkjen
Tjedje
Tietje
Tjimkje
Beitske
Riskjen
Teetske
Mentje
Japikje
Sepck
Mietje
Herkje
Ruurdje
Ynskje

Jongensnamen
Roord
Tiete
Oege
Alle
Anne
Anske
Ybele
Piebe
Jolle
Jeip
Sierk
Wynzen
Sape
Yme

Ik vind ze best mooi, of in ieder geval bijzonder! Sommige namen zou ik nu ook niet kiezen, zoals bijvoorbeeld Tietje voor een meisje. 
Mijn favoriet bij de meisjesnamen: Ynskje
En mijn favoriet bij de jongensnamen: Sierk

Wat vind jij een leuke naam? 

dinsdag 4 augustus 2026

Mariakoekjes

Ook wel mariakaakjes of mariabiscuit geheten. 
In mijn jeugd kreeg ik 's middags 1 Mariakoekje bij de thee. 
Meer niet. 
Een koekje dat vooral smaakte naar karton en niet heel lekker was, naar mijn smaak. 


Bij mijn beste vriendin thuis kregen we een dik plak versgebakken cake, met roomboter. Haar moeder bakte graag en ze had de cake al klaar als we daar kwamen om samen te spelen. 
Véél lekkerder,  maar ook véél calorierijker. En kwam niet voor op mijn dieetbriefjes die ik, of eigenlijk mijn moeder, van de kinderarts had gekregen. 

Thuis, in mijn jeugd, kregen we nooit anders dan mariabiscuit, afgezien van verjaardagen. 
En met dat biscuit speelde ik ook. Ik maakte er "pap" van, voor mijn poppen, door het te te verkruimelen en te mengen met een restje thee. Dat ging ik mijn pop dan voeren. 
Natuurlijk at ik het zelf op, maar ik deed alsof mijn pop het at. 

Ook gingen er biscuitjes mee als we gingen picknicken bij het van Harinxmakanaal. Met een aantal kinderen gingen we dan op de wal bij het kanaal zitten, we keken naar de schepen en picknickten, met water en mariakoekjes. Een vijftal kinderen die geen van allen konden zwemmen. Achteraf gezien best eng, maar geen van de moeders maakte bezwaar, dus gingen we. 

Ik heb de biscuit nooit lekker gevonden. Te droog, te smakeloos. 
Andere soorten biscuit zijn beter, bijvoorbeeld de digestive biscuits, kokosbiscuit met een laagje suiker, of haverkoekjes.

Ken jij de mariabiscuits?

maandag 27 juli 2026

Meer over Antje en Tjitte

Een week geleden schreef ik over de nakomelingen van Antje en Tjitte. Lees hier dit verhaal. 
Maar er valt over hen meer te vertellen. 

Ze trouwden eind september 1894 en hun eerste kind werd nog geen 7 maanden later geboren. De jongen was niet te vroeg geboren. Het was een voldragen kind en de baby was dus voor het huwelijk verwekt. 
Dat viel niet goed in hun kerkelijke gemeenschap. Je moest als maagd het huwelijk in gaan. Geen seks voor het huwelijk, anders was je zondig! 
Dus moesten ze voor de kerkelijke gemeenschap hun "zonde" bekennen en spijt betuigen van hun slechte gedrag. 
Maar deze beide echtelieden die deden dat niet. Ze vonden dat ze niets verkeerd hadden gedaan en stapten uit de kerk,  ze werden buitenkerkelijk. Ze hoorden niet meer bij de Nederlands Hervormde kerk. 
Ongewoon voor die tijd. 

Maar er was wel een probleem.
Tjitte had een bedrijfje, samen met zijn broer. Een kuiperij en wagenmakerij. Hij maakte van hout kuipen en wagens en ook klompen. Waarschijnlijk weinig nieuwe wagens, maar voornamelijk reparaties aan wagens en koetsen. 
Aangezien bijna alle (potentiële) klanten wel lidmaat waren van de kerk, gingen al snel de mogelijke klanten naar een ander bedrijf in een naburig dorp. De wagenmakerij dreigde failliet te gaan. 
Dan zouden de broers hun broodwinning kwijtraken. 
Dus gingen ze verhuizen, naar een dorp 50 km verderop in Friesland. Tjitte ging werken bij een wagenmaker/kuiper. In een dorp waar ze wat minder streng in de leer waren. 
Daar werden meer kinderen geboren en daar groeide mijn grootmoeder op. Tot haar 12 jaar, toen ze als dienstmeisje ging werken in de grote stad Leeuwarden. Haar zus, die een jaar jonger was, volgde en werd ook dienstmeisje. 

De techniek ging snel, er kwamen auto's en er waren minder koetsen en wagens nodig, dus minder werkopdrachten voor de wagenmakerij. Ook de houten kuipen werden vervangen door zinken emmers en teilen. De wagenmakerij/kuiperij waar mijn overgrootvader Tjitte werkte, liep niet meer zo goed. 
En de hele familie kwam in 1909 naar het dorp Huizum, later deel uitmakend van de stad Leeuwarden. 
Tjitte werd werknemer bij de gemeente. Hij ging tonnetjes repareren. De poepdozen die in Leeuwarden in bijna alle huizen stonden en veel later vervangen werden door wc's. Lees hier meer over de poepdozen
Tjitte was toen 43 jaar en had nog wel even te gaan voordat hij met een soort van pensioen kon, AOW was er in zijn tijd nog niet. Het was een vaste baan en het systeem van tonnen bleef tot in de jaren 60 van de vorige eeuw bestaan. 
Bij zijn inschrijving in het bevolkingsregister staat een rood stempel met GEM. PENS.


dinsdag 21 juli 2026

Als het aan Antje en Tjitte en hun nageslacht had gelegen, dan was Nederland bijna uitgestorven!

Antje en Tjitte waren de grootouders van mijn moeder. En ik realiseerde me, dat ze erg weinig nageslacht hebben gekregen. 

Dit zijn ze, met hun vijf kinderen. 
Ik heb mijn overgrootvader nog gekend, 
nog steeds een baard, maar inmiddels helemaal grijs. Hij werd 89 jaar.

Alleen de 2 dochters kregen kinderen, 2 jongens en 2 meisjes in totaal. Mijn oma Aaf is het meisje linksboven. 

Hier zijn de kinderen van Antje en Tjitte nogmaals, op 3 juni 1958.
Mijn oma Aaf staat in de schaduw van haar oudste broer. 

De jongens, op bovenstaande foto mannen van 57, 59 en 63 jaar, kregen geen van allen kinderen. 

Hier zijn de zussen, met hun echtgenoten en 3 van hun kinderen. In 1931 of 1932. 
Oma Aaf is de vrouw rechts. 


Mijn overgrootmoeder Antje had dus 4 kleinkinderen. Waaronder mijn moeder, het blonde meisje in het midden van bovenstaande foto.

Hoeveel kinderen kregen die 4 kleinkinderen? Dat ging best goed! Er kwamen 7 achterkleinkinderen. 
De nicht van mijn moeder die op bovenstaande foto ontbreekt, want nog niet geboren, kreeg 2 dochters. Mijn moeder kreeg mij en mijn broer en mijn oom, het jongetje in het midden van de foto boven kreeg warempel 3 kinderen. 

Die 7 achterkleinkinderen van Antje en Tjitte zijn geboren tussen 1951 en 1967. Mijn generatie in deze stamboom en die kregen in totaal 5 kinderen. Slechts 3 van die 5 achterkleinkinderen kregen kinderen, de anderen niet. 
Hoeveel in totaal? 
5 achterachterkleinkinderen. 
Daarvan zijn er 4 van mij. Het zijn mijn kleinkinderen. Mijn neef heeft 1 kleinkind en verder zijn er geen kleinkinderen in mijn generatie. Dus van de 7 achterkleinkinderen van Antje en Tjitte hebben twee van die achterkleinkinderen één of meer kleinkinderen. Mijn neef 1 en ik 4.

mijn neef en ikzelf, in 1959

Het schijnt dat een gezin gemiddeld ruim 2 kinderen zou moeten krijgen om te zorgen dat de bevolking niet vergrijst en de bevolkingspiramide inderdaad een piramide blijft en niet een soort boom met een dikke stam. Dan had mijn overgrootmoeder tenminste 10 kleinkinderen moeten hebben en tenminste 20 achterkleinkinderen. Die 20 achterkleinkinderen hadden weer 40 kinderen moeten hebben.
En dan zouden er dus 80 achterachterkleinkinderen moeten zijn en het zijn er 5.
Het zijn de nakomelingen van de twee kinderen in het midden van de strandfoto. 

maandag 15 juni 2026

Zandgebak en schuimgebak

Vroeger bij mijn ouders aten we alleen gebak bij verjaardagen. 
Verder nooit. 
We hadden geen oven en niemand in mijn familie had dat. Mijn oma's niet en mijn 3 tantes ook niet. Er was totaal geen baktraditie. 

Mijn oma's haalden vaak een oranjekoek bij de bakker. Een soort plaatkoek met roze glazuur er op en afgetopt werd met veel crème.  Het woord oranje heeft te maken met de stukjes sinaasappelschil die in het baksel verwerkt werden. Het is een Friese lekkernij. Ik vond dat heerlijk, vooral de plaatkoek, die vaak op smaak gebracht werd met anijs, gember of kaneel. 

Mijn tantes kochten meestal een slagroomtaart die in stukken gesneden werd. Ik hield niet zo van cake. Dus de slagroomtaart was aan mij niet zo besteed. 

Mijn moeder kocht bij de bakker vaak schuitjes van zandgebak, die ze zelf vulde met een dot met de hand stijf geslagen gezoete slagroom en daarop kwamen dan als versiering een paar kersen uit een pot of stukjes sinaasappel. 
Heerlijk! 
Dat was jarenlang onze "taart".  Ik vond dat normaal, hoewel ik dat bij anderen nooit zag. 

Totdat mijn ouders, rond mijn 14e jaar, bij de beste bakker in het dorp, bakker Reijenga, het schuimgebak ontdekten. Waarschijnlijk bij anderen voor het eerst gegeten, bij de buren of misschien op het werk van mijn vader. Hazelnoot schuimgebak. Ze kochten sindsdien dozen met gebakjes, voornamelijk schuimgebak, maar voor de liefhebbers ook andere soorten gebak. 
Dit schuimgebak was jarenlang mijn favoriete soort gebak. 

woensdag 10 juni 2026

Ons eerste "koffiezetapparaat"

Toen ik de reacties las op mijn oude waterkoker, dacht ik aan het "koffiezetapparaat" dat mijn partner knutselde toen we in 1979 samen op 1 studentenkamer woonden. 
Vriend bedacht een koffiezetapparaat in de vorm van een blik met een thermoskan er onder. In het blik schonken we het hete water. In de bodem had vriend een paar gaatjes geslagen en daardoor druppelde het water in het koffiefilter met koffie. Zo hoefden we niet zelf op te schenken. 

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die deze manier van koffiezetten met een blik héél ongezond vinden. Ik had destijds ook al twijfels. Het kwam er op neer, dat ik meestal met de hand koffie zette en dat vriend koffie zette met behulp van het blik. 

uiterst rechts het blik op het speciaal daarvoor gemaakte plankje
Daar kwam de thermoskan, links, geel,
 onder, met de losse filter daar boven op!
 
Woonden primitief. De wc was buiten op het balkon en de afvoer van die wc was regelmatig bevroren, er was in de studentenkamer alleen een wastafel en bij strenge vorst was de waterleiding bevroren waardoor we bij de overburen emmers water moesten halen.  
Het bureau op de foto is gemaakt van een tabakskist, gratis afgehaald bij Niemeijer, de tabaksfabriek. Alle plankjes en de laden op de foto kwamen van nog zo'n kist. Zelf getimmerd door partner.

Ikzelf op de dag van bovenstaande foto, in een zelfgebreide trui. 
Met op de achtergrond rechts de wand met het bureau. 

 

zondag 19 april 2026

Vijgenbrood is tegenwoordig echt anders dan in mijn jeugd

 Op mijn 19e, toen ik net als student in de stad Groningen woonde, kocht ik in de buurtwinkel om de hoek regelmatig vijgenbrood en bananenbrood. In 1972 was dat. Toen had je nog overal in oude wijken van die winkeltjes, vaak op de hoek. Ondanks dat die supermarkt klein was, hadden ze er van alles. Ik kocht er ook foliepakken bami bijvoorbeeld. 

Dat  vijgenbrood was iets heel anders dan nu. Destijds waren het gesuikerde gedroogde vijgen die samengeperst waren in een langwerpig broodje. 
Bananenbroodjes bestonden uit gedroogde banaan, zonder toevoegingen, ook samengeperst tot een broodje. 
Heerlijk vond ik ze!

Laatst kocht ik weer vijgenbrood,  met amandelen.  Maar die bleek een stuk minder zoet te zijn dan ik mijn herinnerde uit mijn studententijd.  Deze bevat geen toegevoegde suikers.  Er zitten alleen vijgen en amandelen in. 
In feite viel het een beetje tegen, véél minder zoet. 
Hoewel een suikerloos product natuurlijk wel gezonder is dat zo'n mierzoet vijgenbroodje. 


 

maandag 6 april 2026

Eieren

Pasen = eieren eten. 
Eieren van vogels, en van chocolade. Die vogeleieren kun je prachtig verven tot ware pronkstukjes, maar de meeste eieren zijn voor consumptie.

Van oorsprong is een ei een voortplantingsproduct, geproduceerd door vrouwelijke dieren. In veel culturen worden eieren, vooral die van vogels, ook als voedingsmiddel gebruikt. Alle vogeleieren zijn eetbaar voor de mens, maar de meeste eieren stammen van enkele soorten: kip, gans, eend en kwartel.

Bron: wikipedia


Tegenwoordig eet ik niet vaak eieren, maar vroeger als kind at ik ze wel.
Op zondag, bij het ontbijt, aten we thuis altijd een zachtgekookt eitje. Soms waren ze zo zacht, dat ook het eiwit nog niet goed gestold was.  Brr, dat vond ik vies, dat drillerige eiwit!
Ook bij de (boter)sla aten we vaak in stukjes gesneden hardgekookte eieren en bij de spinazie. Volgens mij was dat hardgekookte ei bij de spinazie voedingskundig zo ongeveer verplicht. Wij aten bij de spinazie altijd gehaktballen, maar dat was niet verplicht bij de spinazie. Mijn moeder maakte gehaktballen altijd met ei, paneermeel en kruiden. Soms was het meer brood aan elkaar geplakt met ei dan gemalen vlees. 
We aten nooit gebakken eieren. Wel aten we soms pannenkoeken, waar in het beslag altijd eieren zaten. 
Ik herinner me trouwens dat je eieren in mijn kindertijd per stuk kon kopen. Die gingen dan in een bruin papieren zakje en dat moest je heel voorzichtig vervoeren. Ook kwam er in Leeuwarden een eierboer aan de deur. Hij had een emmer met eieren aan het stuur van zijn fiets en die eieren kon je per stuk kopen. 
Hoe mijn moeder thuis de eieren bewaarde, dat weet ik niet meer. Eierdozen herinner ik mij niet. 
Met Pasen deden we niet aan eieren verstoppen of eieren verven, en ook niet aan consumptie van veel chocolade. Er werd destijds erg weinig met Pasen gedaan aan de overdaad van eieren zoals je die nu ziet. Wel hadden we destijds een zakje met suikereitjes. En op was op. 
Ik groeide op in een familie die buitenkerkelijk was. Naar de kerk gingen we daarom ook niet met Pasen. Naaste buren gingen met Pasen wel naar de kerk. De katholieke buren in Leeuwarden vastten ook in de periode voor Pasen. De katholieke vastentijd moet je overigens niet verwarren met het vasten tijdens de ramadan. Dat is iets anders. Van de gereformeerde buren die we later hadden, weet ik niets over vasten. Misschien werd er wel gevast, maar ik zou het gewoon echt niet weten, want ze hadden het er niet over. 

Toen ik op mijzelf ging wonen, at ik weinig eieren. Zo nu en dan een ei als vleesvervanger, maar verder niet. 
Mijn eerste partner, de "stinzenplantenman", die ik gisteren noemde, at ook bijna nooit eieren. Ook niet met Pasen. Hij werd al snel nadat ik met hem samen was, een fanatieke aanhanger van de macrobiotiek en ik moest mee doe met dit strenge dieet. In de macrobiotiek eet je geen eieren. Wij in ieder geval niet, nooit.

Pas toen ik in 1978 met de latere vader van mijn dochters ging samenwonen, at ik weer eieren. Hij hield wel van een gebakken eitje. We waren regelmatig een weekend bij zijn ouders, want hij had daar een paard en dat moest bereden worden. En die schoonouders hielden kippen. Dus aten ze iedere dag een gekookt eitje bij het ontbijt en dat kregen wij ook. In de winter niet altijd, want dan waren er weinig eieren, hoewel het kippenhok goed verlicht werd. Ze hielden de kippen binnen, in de schuur. Ik heb die kippen daar nooit buiten gezien. 

Toen mijn dochters groot genoeg waren, ging ik chocolade-eieren verstoppen in de tuin. Ik had vrienden die dat deden, en ik vond het een leuk idee. Een chocolade paashaas voor elk kind en een tiental chocolade eieren. Het was in mijn familie totaal geen traditie, die traditie ben ik gestart en mijn dochters zetten die voort. Afgelopen zaterdag zochten mijn kleinkinderen van 4, 6, 9 en 9 jaar weer eieren in de tuin mijn oudste dochter. 

Dochters zijn al weer jaren vegan en eten geen vogeleieren, alleen chocolade-eieren. Ik koop zo nu en dan 6 kippeneieren en eet ze gekookt of gebakken. Vaak nadat ik een tijdje de Eetmeter van het Voedingscentrum heb ingevuld en blijkt dat ik volgens de Eetmeter toch echt te weinig eiwitten binnen krijg. Dan eet ik weer eens wat eitjes of kwark of yoghurt of zo. Om toch voldoende eiwitten binnen te krijgen. Niet vaak, ik eet ongeveer 20 à 30 eieren per jaar, denk ik. 

En omdat ik vanaf 1972 in Groningen woon, mag de eierbal in dit blogje niet ontbreken. Er is zelfs een speciale Wikipediapagina over! 
De eierbal (Gronings: aaierbal) is een gefrituurde snack in Noord- en Oost-Nederland. Het baksel bestaat uit een heel gekookt en gepeld ei in ragout of ragout met kerrie. De bal wordt gepaneerd en daarna gebakken.

een halve en een hele eierbal
In 2017 werd de Groningse eierbal opgenomen in de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland, na een actie van de regionale omroep RTV Noord.
Buiten Groningen en Drenthe onbekend. Hier in Groningen in iedere snackbar verkrijgbaar. Hoeveel ik er in mijn leven gegeten heb? Ééntje, maar ik ben dan ook geen "echte" Groninger, maar een Friezin, geboren in Leeuwarden en daar kennen ze de aaierbal echt niet. 

vrijdag 20 maart 2026

Een kort lontje en een permanent

Lontje
Gistermiddag zou ik deelnemen aan het webinar van pensioenfonds ABP over het nieuwe pensioen. 
Ik klikte tijdig op de link, maar in plaats van te starten, kreeg ik langdurig een soort draaikolkje in beeld. Op mijn PC en ook op mijn mobiel. Helemaal geen webinar. Ik merk dan toch dat ik een enorm kort lontje heb. Zit te schelden en ben boos. Hoezo webinar, er gebeurt helemaal niets. Na ruim een half uur zo nu en dan  proberen lukt het eindelijk wel. Ik had ondertussen al geklikt op de link naar de supportpagina, ik had zowel mijn computer als mijn telefoon opnieuw opgestart en uiteindelijk kreeg ik beeld en geluid. Het webinar was in de afrondingsfase en ik kon nog net horen dat ik een link toegestuurd zou krijgen om het webinar nog een keer terug te kijken. In mijn geval dus niet terugkijken, maar voor de eerste keer kijken. 
Mijn vader had en mijn broer heeft een kort lontje, driftkoppen. Maar ik normaal gesproken niet, nu wel.
Grrrrr! 

Permanent
Blogger Angry Old Wife schreef een blogje over permanent. 
Dat riep bij mij meteen de associatie op aan permanentjes in de haren van vrijwel iedere moeder en grootmoeder in mijn jeugd in de jaren 50 en 60. 
De permanente wave. 
Daar ging het blogje van Ella van AOW helemaal niet over, maar ik dacht meteen: Jaa! Daar wil ik over schrijven. Over al die korte krullen die vrouwen vroeger hadden. 
Er waren in mijn jeugd maar erg weinig vrouwen die niet door de kapper een permanent in hun haar lieten zetten. Er waren maar erg weinig vrouwen in mijn omgeving die ondanks de mode op gepermanente krullen te dragen, steil haar hadden of zelfs lang haar! Ook destijds was de mode al heel dwingend! Om die krullen een beetje goed te houden, had je bij nat weer een hoofddoek of zo'n plastic kapje op het haar nodig, anders gingen de krullen kroezen.  Kleuren deed vrijwel niemand, vrijwel iedereen had haar natuurlijke haarkleur, alleen een oudtante kleurde haar steile haar blond.
Mijn moeder en haar moeder gebruikten vaak een thuispermanent, een stuk goedkoper. Ik moest als tiener aan de bak om dat thuispermanent toe te passen. Eerst moest het haar met shampoo gewassen. Bij de gootsteen. Met plastic handschoentjes moest ik de 2 chemicaliën mengen en in hun haar doen en lokjes haren op speciale rollers doen. Vervolgens kwamen de dames onder een droogkap om het haar te drogen en de krullen te laten fixeren. Die chemicaliën bleven een tijd in het haar, het moest tenminste 48 uur blijven zitten. Na de droogkap kwam de fase dat ik het haar bijknipte. Elk lokje afzonderlijk.
En dan was het klaar en was ik een goedkope kapper geweest. Want alleen de thuispermanentset was nodig. 

Had jouw moeder of oma ook een permanentje?

maandag 9 maart 2026

Heet wassen en strijken

Lang geleden, in september en oktober 1986 om precies te zijn, waste en streek ik katoenen luiers op hoge temperaturen. 
Ik waste de vierkante lappen op 90 graden. En vervolgens streek ik ze met een strijkijzer en maakte er keurige voorgevouwen stapels van. 
Waarom niet wassen op 60 graden? 
Ik was een onzekere moeder, zonder huishoudschoolopleiding, en ik wilde het graag heel goed doen. Internet ontbrak, dus ik kon niets googelen.  Ik had gehoord van anderen dat mensen vanwege de hygiëne de luiers op 90 graden wasten en de luiers vervolgens ook streken. 
Doordat mijn dochter de eerste week na de keizersnede in het ziekenhuis verbleef, hadden wij geen recht op kraamverzorging. Dus eigenlijk deden we maar wat, op aanwijzing van onze moeders. 
Hoewel die moeders de luiers in een grote zinken teil uitkookten op het fornuis, want een wasmachine was in de jaren 50 nog niet aanwezig in hun huishouden. Of zij de luiers streken? Ik geloof niet dat wij dat van onze moeders gehoord hadden. Waarschijnlijk hadden we dat van anderen.

Zo vouwden we de luiers. Vervolgens kwam er een plastic broekje met drukkers om heen, te koop bij o.a. de HEMA. 


Veiligheidsspelden met een veiligheidskapje

Hoe lang hield ik het vol om de luiers op 90 graden te wassen? Volgens mij hooguit een jaar, toen vond ik het eigenlijk grote onzin om ze zo heet te wassen en waste voortaan op 60 graden, in mijn ogen warm genoeg. 
Voordat ik de luiers waste,  weekte ik ze in grote emmers met een deksel.  1 voor de plasluiers en 1 voor de poepluiers.  De laatste in water waarin soda was opgelost. We spoelden ze met de hand uit en vervolgens gingen de luiers in de wasmachine.  
En dat strijken? Ik deed dat ook niet lang, misschien een aantal weken. Ik herinner het me niet meer zo heel goed, maar ook dat vond ik na verloop van tijd onzin. En bovendien te veel werk. Ik kon wel wat leukers verzinnen om te doen! Ik had een keizersnede achter de rug en van die buikoperatie moest ik herstellen. 
3 jaar later, bij mijn volgende baby, kreeg ik wel kraamzorg en die waste in de eerste week de luiers voor mij,  op 60 graden, en gaf mij waardevolle tips in de babyverzorging. 

Hoe ging dat bij jou in de 2e helft van de jaren 80? (voor zover van toepassing uiteraard)

maandag 16 februari 2026

Schaatsles!

Nee, niet voor mij, ik ben als 73 jarige door polyneuropathie in voeten en benen, méér gebaat bij lessen valpreventie. 
Mijn kleindochters krijgen schaatsles en ik was er afgelopen vrijdag bij. Op de tribune in die koude ijshal, de shorttrack/ijshockeyhal. 
Prachtig vond ik het! Ze kunnen het al heel goed! De oudste van 9 jaar kan meters op 1 been schaatsen, ook in een bocht. En ze kan ook best snel! 
De jongste van 5 jaar schaatst met haar handen op haar rug en met haar bovenlichaam in een hoek van bijna 90 graden. Alsof ze een wedstrijdschaatser is! Ze maakt kleine sprongen op het ijs en landt zonder te vallen. 

Wat had U., mijn overleden partner en grootvader van die twee, dat leuk gevonden! 
Hij was een fanatiek schaatser, reed schaatsmaratons, reed de Elfstedentocht als toerschaatser (bijna 200 km), de Elfmerentocht (ca. 115 km), de Noorderrondritten (ca. 150 km), de Oldambtrit (ca 100 km). Allemaal lange ritten op natuurijs in Groningen en Friesland. De Oldambtrit volgens mij wel twee keer. 
In zijn hoogtijdagen, tussen 1980 en 1987, trainde hij in de winter een paar keer per week op de kunstijsbaan en hij reed ook tussendoor op natuurijs, als er voldoende mogelijkheid was. Hij is zelfs een keer vanuit Groningen naar zijn ouders in noord Friesland geschaatst. Over het Lauwersmeer. Schoenen en eten en drinken mee in de rugzak en met het OV weer terug. Wel samen met een vriend en niet alleen. Alleen mocht van mij niet, nadat hij een keer in zijn eentje door het ijs van het Reitdiep gezakt was en  doornat tot zijn schouders alleen op zijn fiets weer naar huis fietste. Hij was er nogal laconiek onder, maar ik vond het niet verantwoord. Of het wél verantwoord was om samen met een vriend door het ijs te zakken, valt achteraf nog te bezien, maar daar dacht ik toen niet aan. 

Terug naar het heden. 
Ik vind het verdrietig dat hij het niet meer mee kan maken dat zijn kleindochters genieten van het schaatsen en goede vorderingen maken op het ijs. Samen met mijn oudste dochter zat ik op de tribune en spraken we over hem en zijn liefde voor het ijs en het schaatsen.  

foto op rouwkaart van U. in mei 2022

woensdag 21 januari 2026

Gaatjes in mijn oren

Als kind van een jaar of acht wilde ik graag gaatjes in mijn oren. Mijn buurmeisje had ze ook. Mijn moeder vond gaatjes en oorringen of knopjes veel te ordinair. Dat kon echt niet. Mijn buurmeisje kwam uit een kermisfamilie - mensen met oliebollenkramen in de winter en kermisattracties in de zomer. Dat waren in de ogen van mijn moeder ordinaire mensen met een smaak en voorkeuren die niet overeen kwamen met de onze. Nu klopte het wel dat begin zestiger jaren bijna niemand gaatjes in haar oren had, dat was geen mode. Op mijn lagere school in Drachten was er echt niemand met gaatjes en ook op de Mulo niet. En ook in mijn familie droeg niemand oorbellen. 

Pas toen ik in 1972 in Groningen ging studeren, waren gaatjes in opkomst. 
Toen was er weer iemand anders die het me verbood. Partner W. had zich verdiept in acupunctuur. En op de oorlel zaten volgens hem een heleboel acupunctuurpunten en die moest je met rust laten, tenzij je lichamelijke klachten hebt. Maar dan moest je er juist geen gaatjes in prikken voor een oorbel of oorknopje. 

Toen ik in 1979 de relatie beëindigde, zag ik mijn kans schoon. Er was niemand die het mij verbood en in die tijd droegen inmiddels erg veel vrouwen en ook wel mannen oorbellen of oorknopjes. 
Dus ik nam gaatjes. En droeg ik oorknopjes en soms oorbellen. 
En ik heb de gaatjes nog steeds en iedere dag draag ik oorknopjes. Zelden oorbellen. 

Mijn dochters hebben ook gaatjes en mijn oudste kleindochter van 9 heeft ook al een tijdje oorknopjes en jongste kleindochter van 5 wil ze ook, maar dat komt tzt wel. 
Ze is nu nog een beetje jong.

Heb jij gaatjes (gehad)? En draag je oorbellen, oorringen of oorknopjes?

donderdag 1 januari 2026

Een gelukkig nieuw jaar!

Ik wil al mijn lezers een gelukkig nieuw jaar wensen, een jaar met gezondheid, vreugde en vrede. 
Hierbij deel ik de nieuwjaarswens die in het plakboek van mijn oma stond. Ik vond hem heel bijzonder. 
De toen 23-jarige oom van mijn pake (hij overleed lang voor de geboorte van mijn pake). 

nieuwjaarswens uit 1859, geschreven door Anne Freerks van der Velde (2-12-1836- -28-11-1863), een broer van mijn overgrootvader. Overleden op bijna 27 jarige leeftijd.  
Het is een bijzonder document, uit ver vervlogen tijden. Ook een beetje verdrietig doordat deze Anne toen nog geen 5 jaar meer te leven had. Anne was (of is) overigens een normale jongensnaam in Friesland en zeker geen meisjesnaam.

Ze woonden hier, ook mijn pake is er geboren. De boerderij is destijds afgebroken. 

Waarom hij zo jong overleed heb ik niet kunnen vinden, misschien een ongeluk op de boerderij of misschien een slopende ziekte zoals TBC of kanker? 
Zijn 17 jaar jongere broertje, geboren in 1853, werd mijn overgrootvader en die werd 73 jaar, niet slecht voor zijn generatie. 

vrijdag 31 oktober 2025

En de dichter zei: we gaan elektroshocks geven

Het was 1987 en mijn partner had een ernstige psychose. Hij werd bijna voortdurend geïsoleerd op een afdeling in het UMCG. Zo nu en dan mocht hij even op de afdeling, maar was daar nauwelijks te handhaven doordat hij een gevaar was voor andere patiënten. Die werden heel bang voor mijn psychotische lief. Het was in het begin van zijn psychose en medicijnen sloegen nog niet echt aan. 

Ik ging dagelijks heel even op bezoek, vaak in die isoleercel en op een dag sprak de behandelaar mij aan toen ik weer in de hal bij de isoleercellen stond. Het was Rudi van den Hoofdakker, als dichter bekend onder zijn pseudoniem Rutger Kopland. Dat stond op zijn naambordje. Er stond niet dat hij de dichter was, maar Van den Hoofdakker en toen wist ik genoeg. Hij stelde elektroshocks voor als behandelwijze. In plaats van alle pillen. Jaren daarvoor had ik de film One flew over the Cuckoo's Nest gezien, waar elektroshocktherapie als straf wordt ingezet. Dus ik schrok nogal van dat idee, het riep bij mij veel weerstand op. Maar aangezien mijn partner en ik niet getrouwd waren, had ik geen enkele zeggenschap over behandeling van de vader van mijn op dat moment éénjarige dochtertje. 
Zijn ouders ook niet, want hij was al lang en breed meerderjarig. 
De chemische troep, in de vorm van al die pillen die hij kreeg, was ook slecht voor zijn gezondheid. Het was een dilemma. De heer Van den Hoofdakker zei wel, dat er weinig ervaring was met elektroshocks bij psychotische mensen die hartstikke manisch waren, wel veel méér met zeer diepe depressies. 
Ik had ook nog nauwelijks ervaring met psychoses van mijn partner, het was voor mij de 2e keer dat ik het meemaakte. Daarna zijn er nog vele psychoses gevolgd, ik ben de tel kwijtgeraakt. 

Uiteindelijk is het er niet van gekomen, die elektroshocks bedoel ik. Door personeelsgebrek zou één verpleegkundige in zijn eentje mijn partner weer in zijn isoleercel stoppen, terwijl goed bekend was dat mijn lief een grote hekel had aan isoleren. Hij werd er bang en wanhopig van en sloeg er met zijn hoofd tegen de muur. Dus verzette hij zich met al zijn kracht, waardoor hij de verpleegkundige aanviel. Niet een beetje, maar een serieuze aanval.  Hij mocht er daarom niet langer blijven en werd overgeplaatst naar een andere kliniek, waar meer personeel voorhanden was. 
Daarmee waren de elektroshocks van de baan en er was niemand die dat ooit weer als behandeloptie genoemd heeft.

Ik had destijds dichtbundels van Rutger Kopland gelezen en het was een onwerkelijke situatie om de man daar op de afdeling Psychiatrie tegen te komen. 

donderdag 30 oktober 2025

De huizen die ik als volwassene bewoonde, deel 2

In deel 1 schreef ik over mijn studententijd: 

Kamer 5/huis 1
Ik kreeg een relatie met W., mijn eerste partner en al snel, eigenlijk veel te snel achteraf gezien, trok ik bij hem in. (.....................................................)

Woningen in dezelfde straat als waar ik destijds woonde.
De bewuste woning ligt te achteraf om er in Google earth een afbeelding van te maken. 
Het was een groot huis, met 3 ruime slaapkamers en een heel grote woonkamer. Helemaal nieuw, centraal verwarmd en voorzien van een ruime voor- en achtertuin. Hier op Funda te vinden, in genadeloos gestripte staat. 

Kamer 6
Het ging hoe langer hoe slechter met mijn relatie met W. en ik besloot bij hem weg te gaan. Het ging gewoon niet meer. Ik kreeg een relatie met de toekomstige vader van mijn dochters en verhuisde naar een studentenflat in het zuiden van de stad. Op die kamer was ik weinig, want meestal was ik bij mijn nieuwe partner die woonde in een studentenwoning met 4 kamers. 
Deze studentenflat aan de Chopinlaan is afgebroken. De flat was vergelijkbaar met studentenflats in het noorden van de stad.
Vergelijkbare studentenflat in het noorden van de stad.
Kamer 7. 
Na verloop van tijd kwam er in een buurhuis van partner een kamer vrij. Daar trok ik in. Veel gemakkelijker want dichter bij. Daar studeerde ik, maar slapen deed ik er niet. Dat deed ik in de kamer van vriend. Ik schreef me in voor een huurwoning, maar de wachttijd was lang. 
Ook deze woningen zijn afgebroken, zowel die van mij als die van vriend. Er is nieuwbouw voor in de plaats gekomen. Dus er zijn geen foto's van. 

Huis 2

Op een dag kwam er een kleine pas gerenoveerde woning vrij in De Hoogte, een buurt met woningen uit de jaren 30 en de jaren 50. Voor mij was een jaren 50 woning beschikbaar. Een kleine benedenwoning, met maar 1 slaapkamer, maar wel comfortabel, met een ruime douche, een  CV,  en een fijne keuken en ook nog een achtertuintje. 
mijn eerste eigen huurwoning, in geel omlijnd
Mijn eerste eigen huurhuis! Vriend stond niet op het huurcontract, maar we gingen er wel samen in wonen. Hij studeerde in de woonkamer en ik in de slaapkamer. 
Heel gezellig: mijn beste vriendin woonde met haar 2 kinderen in dezelfde straat, een paar honderd meter verderop, in een bovenwoning. Zo'n woning als je ziet op deze foto. 
We stonden vanaf het moment dat we in dit huis gingen wonen opnieuw ingeschreven als woningzoekende. 

Huis 3
Toen ik na 3,5 jaar in huis 2 gewoond te hebben, zwanger raakte werd de woning met 1 slaapkamer te klein. Gelukkig was de wachtlijst voor een ruimere woning niet erg lang. We konden verhuizen naar een groter huurhuis, vlak in de buurt. 
huis 3
In deze woning woonden we van 1984 tot en met 1993. Het huis had twee slaapkamers, een douche, centrale verwarming, een redelijk ruime woonkamer met aangebouwde keuken  en een achtertuintje. 
In 1993 woonden we er met ons vieren. Doordat we ook toen vanaf 1984 opnieuw ingeschreven waren als woningzoekende, konden we in 1993 doorstromen naar de grootste woning waar ik ooit gewoond heb. 

Huis 4.
Dit huis was van oorsprong een portiekflat met 3 woonlagen. Wij werden de eerste bewoners na een ingrijpende verbouwing. De bovenste woonlaag was er af gehaald en  de 2 overgebleven woonlagen waren samengevoegd. Hierdoor werd er van 2 flats met in totaal 5 slaapkamers en 2 keukens 1 woning gemaakt. De entree van de beide woningen die overbleven in deze portiek werd een ruime hal met een vide tot aan het dak. 

de woning in het midden
De keuken boven werd de badkamer. Bij de woonkamer werden 2 slaapkamers gevoegd. 1 slaapkamer op de begane grond bleef bestaan. Boven werd de woonkamer een slaapkamer en bleven de 2 slaapkamers die er waren bestaan. Wel werden er van iedere slaapkamer en de oorspronkelijke woonkamer wat m² afgehaald voor het maken van de trap en de ruime overloop. En zo ontstond een woning met 4 slaapkamers en een woonkamer van 36 m² als ik het mij goed herinner. 
Hier hebben we met plezier in gewoond. Er waren minpunten. De wijk was een achterstandswijk met alle problemen die er bij hoorden: drugsoverlast, armoede en aanverwante problemen. 
Mijn moeders huis werd verkocht omdat ze in een verzorgingshuis ging wonen. Ze besloot mijn broer en mij 2 jaren achter elkaar een maximale belastingvrije schenking te doen. Beter geven met een warme hand dan bij overlijden erven.  Met dat geld werd het voor mijn mogelijk een huis te kopen. 
Eigenlijk verdiende ik  met mijn salaris niet genoeg voor een hypotheek, maar door eigen geld te gebruiken, kon ik een minder hoge hypotheek nemen en kon ik een eigen huis wel bekostigen. 

Huis 5. (mijn 15e adres sinds mijn geboorte)
Na zeker 15 bezichtigingen, vaak met mijn jongste dochter, vonden we mijn huidige woning. We deden met de aankoopmakelaar een bod en dat werd geaccepteerd. Dat was in 2007. En hier woon ik dus nog steeds. 

donderdag 23 oktober 2025

De huizen die ik als volwassene bewoonde, deel 1: mijn studententijd

Kamer(tje) 1
Ik ging in 1972 studeren in Groningen. Als je in een studentenstad wilt gaan studeren en wonen, dan kun je het beste vroeg beginnen met zoeken. 
Ik had mijn diploma nog niet in ontvangst genomen, dat duurde nog eventjes, maar ik had al wel een kamer gevonden en vakantiewerk, om alvast wat geld te verdienen voor het studentenleven dat komen ging. 

De omcirkelde ramen waren van mijn kamer. 
Het hele pand, afgezien van de benedenverdieping, was toen studentenhuis
De kamer was in een studentenhuis aan Spilsluizen, aan de diepenring (de Groningse gracht) in het centrum. Een piepklein kamertje en ik had er bijna niets. Een beetje keukengerei, een slaapzak, een luchtbed en wat kleding die in een tas in dat kamertje stond. Het idee was dat ik van daaruit verder zou zoeken naar een grotere, geschiktere kamer. De kamer was in hetzelfde studentenhuis waar ook de latere dichter Jean Pierre Rawie woonde. Jean Pierre kleedde zich destijds al als een dandy, toen in driedelig wit, als ik mij goed herinner. Waarschijnlijk was hij toen ook al dichter. Ik heb volgens mij geen woord met hem gewisseld, ik woonde er ook maar een maand, want het kamertje was voor mij te klein.

Kamer 2
Dus ik ging op zoek naar een andere kamer. Ik vond er al snel 1, in de Indische buurt, ook in een studentenhuis, een bovenhuis dat illegaal verhuurd werd aan studenten. Een opgedeelde kamer ensuite waar een andere studente en ik woonden, allebei aan een kant van de afgetimmerde schuifdeuren. En boven twee kamertjes waar 2 mannelijke studenten woonden. De meisjes met gebruik van het keukentje en de jongens moesten in de mensa eten. De illegaal verhuurde kamer werd op zijn beurt ook weer onder verhuurd aan mij, met toestemming van de eigenaar van de woning. Het meisje dat er voor mij woonde ging een jaar in het buitenland studeren en zou na een jaar weer terug komen. Zij had haar bed, haar petroleumkachel en een enorme kast achtergelaten. In die kast zat een klep die ik kon gebruiken als tafelblad. Ik gebruikte dit blad als studeertafel.  
 
het tweede huis waar ik een kamer huurde
blauw omcirkeld de keuken
rood omcirkeld de voordeur
groen omcirkeld de kamer van mijn huisgenote

De eigenaar van de woning had geen vergunning voor onderhuur. Dus mochten we geen naambordjes bij de voordeur aanbrengen en mochten we de huur niet via de bank betalen. Dat moest ik contant op de marmeren schoorsteenmantel van mijn kamer leggen en hij had de sleutel en kwam 1x per maand het geld halen dat ik daar had klaargelegd in een envelopje. 
Ik keek uit op een kinderdagverblijf. Het toeval wil dat dit het dagverblijf was waar tussen 1988 en 1993 mijn dochters naar toe gingen. Mijn huisgenote aan de andere kant van de schuifdeuren is nu een buurvrouw die schuin tegenover mij woont.
Ik woonde er naar tevredenheid. Het was een strenge winter en dat was wel vervelend, want ik moest regelmatig met mijn jerrycan petroleum halen, in de gladde sneeuw met een zware jerrycan met petroleum achter op mijn fiets. Geen gaskachel of cv, maar zelf brandstof halen. En eerst ook leren hoe je het ding aan de praat kreeg. Hij werkte met een vonkaansteker,  in principe vrij gemakkelijk, maar je moest wel even de slag te pakken krijgen. 
Na een jaar kwam de studente waarvan ik de kamer onderhuurde, weer terug en moest ik weg. 

Kamer 3
Omdat ik in die tijd nogal vaak ziek was, ben ik vanwege die voortdurende blaasontstekingen weer een aantal maanden bij mijn ouders gaan wonen. Op de zolder. Dat beviel slecht, ik was zo gewend mijn eigen gang te gaan en ook zo gewend om in de stad Groningen te wonen, dat ik al snel weer vertrok naar mijn volgende kamer.

Kamers 4
Een souterrain in een oud huis in Hoogkerk. Tussen de beide suikerfabrieken in. De suikerfabriek van Hoogkerk en die van Groningen. Die laatste bestaat nu niet meer. Mijn opleiding stond in een wijk vlakbij Hoogkerk. Daarom leek het een goed idee om in Hoogkerk op kamers te gaan. In een groot oud huis, half beneden, half boven de grond vond ik 2 kamers. Best ruim, mijn oom bracht mij in zijn aanhanger een heleboel huisraad. In de ruimtes waren petroliekachels aanwezig. Maar vochtig bleef het in dat oude huis. Waarschijnlijk stond het toen al op de nominatie om afgebroken te worden en het staat er dan ook al lang niet meer. Knus werd het nooit daar in dat souterrain. Lang heb ik er niet gewoond, 4 maanden maar. Wel nèt tijdens de bietencampagne waardoor ik bijna altijd de geur van suikerbieten rook. 

Kamer 5
Ik kreeg een relatie met W., mijn eerste partner en al snel, eigenlijk veel te snel achteraf gezien, trok ik bij hem in. En woonde toen in de wijk waar ik nu ook woon. Hij is ruim 15 jaar ouder dan ik. Ik was 20 en hij toen net 36 jaar.  Toen woonde ik bij hem op kamers (ik had een eigen kamer) en betaalde kamerhuur in de vorm van een financiële bijdrage aan ons huishouden. 
Ondertussen studeerde ik in 1974 af aan de bibliotheekacademie en zocht werk, maar wilde ook nog wel verder studeren. Daarom werkte ik parttime en ging ik naar de avondschool en deed avond-VWO. 

Daarna heb ik twee studies gedaan en die heb ik ook weer afgebroken en daarna nog een studie die ik wel afrondde. 
Over die woningen/kamers later meer. 

donderdag 16 oktober 2025

De huizen in mijn jeugd deel 2

Vorige keer schreef ik: 
We verhuisden naar een bedrijfswoning boven het bedrijf. Het bedrijf stond niet in een woonwijk, maar op een bedrijventerrein, vrij ver van andere kinderen. Geen straat waar kinderen speelden.  Geen grootouders meer in de buurt. Geen tuin meer, maar wel een betonnen trappenhuis en een fietsenschuurtje op de begane grond. 
De verhuizing vond plaats begin januari 1962, ik was een maand er voor 9 jaar geworden. 



De middelste verdieping op de foto was ons huis. Rechts op de foto over de hele breedte van het huis de woonkamer, links daarnaast 3 slaapkamers en achter die slaapkamers van links naar rechts het trappenhuis, de badkamer en de keuken. En daar tussenin een lange gang die de woonkamer met het trappenhuis verbond en alles wat daar tussen lag. 
Boven woonden een andere werknemer, een echtpaar zonder kinderen, beneden waren kantoren. 
En achter het woon/kantoordeel was de fabriek met nog meer bedrijfsruimtes, zoals de tekenkamer en het kantoor waar mijn vader werkte. 

Het gebouw uit een andere hoek gefotografeerd. 
Hier is de voordeur van het trappenhuis duidelijk zichtbaar.

Op zich was het een fijn huis, maar er waren voor mij ook negatieve kanten aan dit appartement. 
- De enige wc was in de badkamer. Er was geen afzonderlijke toilet. Dat betekende dat ik nooit in bad kon liggen met de deur op slot. Die deur mocht niet op slot, want anders konden gezinsleden niet naar de wc. Ik had geen enkele privacy! Storend, vond ik dat.
- Het appartement was nogal afgelegen op een industrieterrein. Tegenover ons was het terrein van de Philipsfabriek. Er waren een garage, een klompmakerij en een lasbedrijf naast ons. Geen kinderen om mee buiten te spelen. Iets wat voor een 6 en 9 jarige toch wel erg leuk geweest was en wat we in Leeuwarden wel hadden. Gelukkig vonden we op school wel goed aansluiting en lukte het ons goed om speelkameraadjes uit omliggende wijken te krijgen. 
- Alleen tijdens kantooruren was er centrale verwarming, want onze verwarming was aangesloten op de centrale ketel van het bedrijf. In de avonden en in de weekenden bleven de radiatoren koud en bleef alleen een gaskachel in de woonkamer over en een elektrisch warmte-element in de badkamer. 
- In tegenstelling tot ons huis in Leeuwarden woonden mijn grootouders niet meer op loopafstand en zag ik mijn oma Aaf veel minder vaak dan vroeger. 
We zagen onze grootouders nog wel redelijk vaak, want we reden bijna iedere zaterdag naar Leeuwarden om mijn grootouders te bezoeken  en daar in die stad onze inkopen te doen. Onze kleding, schoenen en ook een deel van onze boodschappen kwamen nog steeds uit de stad Leeuwarden, de stad waar mijn ouders hun hele leven gewoond hadden. Mijn vader had in de oorlog nog wel onvrijwillig een tijd in Duitsland doorgebracht en lag zeker een jaar in een sanatorium, maar afgezien daarvan woonde hij in de stad. Mijn ouders zagen Drachten ook niet als een stad, maar als een uit de kluiten gewassen dorp. 
Het huis en het bedrijf staat sinds 1983 niet meer op die plek. Het bedrijf staat nu ergens anders, nog wel in Drachten, maar niet meer op de plek waar ik opgroeide. 

In de jaren 60 ging het economisch erg goed. Ook met het bedrijf waar mijn vader werkte. Steeds meer collega's van mijn vader kochten een huis en na verloop van tijd zag mijn vader ook de financiële ruimte om dat te doen. Er was nog geld uit de verkoop van ons huis in 1962, onze boot werd verkocht en we kochten in 1969 een nieuw te bouwen huis, in een rustig hofje, waar we in de zomer van 1970 gingen wonen. Ik was toen al 17 jaar. Ik heb er maar kort gewoond. Twee jaar later, op mijn 19e, ging in naar Groningen om daar te studeren.
Dit is niet ons huis, maar het huis van mijn ouders was vergelijkbaar met het linker huis.
Ook een hoekhuis en de kleuren van ramen, kozijnen en gevel was hetzelfde.

Het huis was fijn, op alle dagen van de week centraal verwarmd en zonder wc in de badkamer 😅

Na 2 jaar vertrok ik dus naar Groningen en begon ik op mijn 19e mijn volwassen woon-loopbaan. Daarover later meer. 

woensdag 8 oktober 2025

De huizen in mijn jeugd deel 1

Collegablogger mevrouw Niekje heeft een serie geschreven over de koopwoningen die zij bewoonde vanaf dat ze volwassen was. Leuke stukjes vind ik ze! Klik hier voor de tot nog toe laatste in die reeks.
Door haar blogjes kwam ik op het idee iets te gaan schrijven over alle woningen waar ik tot nog toe in woonde. 
Ik woon nu op mijn 14e woonadres. Op mijn huidige adres heb ik het langst gewoond. 

Waar begon de wooncarrière van mijn ouders?
In Leeuwarden, waar mijn ouders in 1952 ongeveer 10 maanden bij een weduwe inwoonden. Ze woonden op kamers. Er was veel woningnood en de ruime woning van mijn grootouders van moeders kant was al bezet. Daar woonden mijn grootouders Lieuwe en Aaf en mijn oom en tante met hun oudste kind, geboren in 1951. Hun 2e kind werd in oktober 1952 verwacht. Vier volwassenen en 2 kleine kinderen was al krap, meer lukte echt niet. De woning van mijn andere grootouders was kleiner en mijn jongste tante woonde nog thuis, dat was toen een puber van 14 jaar. 
Ik weet niets van de woonruimte bij die weduwe, waar mijn ouders bij in woonden. Ik weet alleen waar het stond, doordat het mij dikwijls aangewezen is. Maar van de woning op zich en hoe het daar was, weet ik niets. Niet negatief en niet positief. Wel weet ik dat mijn ouders contact hielden met deze mevrouw en dat deze mevrouw mij van straat haalde toen ik als amper tweejarige in mijn eentje op avontuur was en ik een flink eind gelopen had op die koude dag in maart. Ik was onderweg naar mijn oma Aaf en mijn neef en nichtje, maar de afstand was, voor de tweejarige die ik toen was, vermoeiender dan gedacht. 

Willem Lodewijkstraat in Leeuwarden, 
in dit hoekhuis woonden mijn ouders in. 
Bron Google Earth

Kort voor mijn geboorte in december 1952, verhuisden mijn ouders naar een bovenwoning in een portiekflat. Daar woonden we drie jaar tot 1955. Ik herinner mij daar vrijwel niets van, logisch ook, want ik was nog geen drie jaar toen we in 1955 verhuisden.
Abeelstraat in Leeuwarden. 
We woonden in de portiekwoning rechtsboven op deze foto. 
Bron Google Earth

In dat jaar kochten mijn ouders hun eerste eigen huis. Lees er hier meer over. Daar weet ik veel meer van, mede doordat ik er woonde totdat ik 9 jaar + 1 maand oud was. Het was een tamelijk ruime jaren 30 woning, met kamers en suite met schuifdeuren, drie slaapkamers, een zolder, een keuken, een bijkeuken, een (kolen)hok, een ruime achtertuin en een voortuintje. Geen badkamer, geen douche, geen wc, alleen een tonnetje. 
Alle houtwerk binnen was geverfd in bordeauxrood en op de vloer in de woonkamer lag een zeer slijtvaste vaste vloerbedekking van een soort geweven beige sisal. Een erg hard materiaal, maar oersterk. Als je daarop op je knieën zat, was dat pijnlijk, je kreeg er putjes van in je huid. 
sisal vloerbedekking
Ik vond het een fijn huis, ondanks dat de woning geen wc had.  Mijn grootouders hadden ook geen wc, ik was het wel gewend om op een tonnetje mijn behoefte te doen. Ik had een eigen slaapkamer en de achterkamer had openslaande deuren naar de fijne achtertuin, zodat we 's zomers in feite buiten zaten te eten, ook al zaten we aan onze eigen eettafel. 
In de straat woonden veel kinderen, als je naar buiten ging, was er altijd wel een buurkind om mee te spelen. Er was een speeltuin heel dicht bij en ook de kleuterschool en de lagere school waren op loopafstand. En, wat heel fijn was, was dat ongeveer halverwege de route naar mijn lagere school mijn oma Aaf woonde, waarmee ik een goede band had. Voor school en ook na school ging ik er vaak even langs. Ook mijn opa woonde daar, ik was een beetje bang van hem. Hij was vaak chagrijnig en daar kon ik niet zo goed tegen. Ik wist toen nog niet dat hij altijd pijn had doordat hij slechte heupen had. Dat hoorde ik pas later. 
Leeuwarden, Sierksmastraat. 
We woonden in de woning in het midden. 
De twee ramen rechtsboven waren de ramen van mijn slaapkamer. 
Bron Google Earth

Lang woonden we niet in dit huis in Leeuwarden, want mijn vader ging in Drachten werken. We verhuisden naar een bedrijfswoning boven het bedrijf. Het bedrijf stond niet in een woonwijk, maar op een bedrijventerrein, vrij ver van andere kinderen. Geen straat waar kinderen speelden.  Geen grootouders meer in de buurt. Geen tuin meer, maar wel een betonnen trappenhuis en een fietsenschuurtje op de begane grond. 
Hierover later meer in deel 2 van deze serie over de huizen waar ik in woonde. 

vrijdag 12 september 2025

Voor fl 46.910,- kochten mijn ouders in 1969 hun 2e huis

Om alle misverstanden te voorkomen. Dat huis was niet een tweede huis in de zin van vakantiehuis, maar gekocht lang nadat het eerste huis in 1962 verkocht was en we een tijdlang in een huurhuis woonden. Dit huis in 1969 moest nog gebouwd worden. Het was nog lang niet klaar, de bouw duurde ruim een jaar. Zo nu en dan gingen we even kijken bij onze toekomstige woning. 

Wat kregen we voor die f 46.910 gulden?
Een woning met 3 slaapkamers, een echte wc en geen tonnetje, een badkamer, een centrale verwarming met combiketel, waaruit ook warm water voor de keuken getapt kon worden. Een zolder, een tuin voor en achter, en een houten schuur achter in de tuin. Dat alles voor nog geen fl 47.000,- 
Uit de eindafrekening in 1972 bleek, dat de totale bouwkosten van het huis fl 46.510,- waren.  Het teveel betaalde ging na de nacalculatie naar de hypotheekverstrekker, waardoor de hypotheeksom verlaagd werd. 

In dezelfde map als waar ik de hypotheekakte van het huis gekocht in 1955 vond, lag ook de hypotheekakte van het huis gekocht in 1969. 
Hierin wordt genoemd dat mijn vader spaargeld inlegde. De hypotheek was fl 42.000,- en mijn vader legde fl 4.910,- eigen geld in. De boot, in zekere zin tot dan toe ons vakantiehuis, we konden er met ons vieren in slapen, was verkocht, want het geld was nodig voor het huis. 
De hypotheek à  fl 42.000,- was een levenhypotheek. In de eerste 10 jaar bedroeg die rente 6,5% per jaar. Naast die rente betaalde mijn vader de levensverzekeringspremie. Er werden ook aflossingen gedaan, de hypotheek moest in januari 1990 volledig afgelost zijn, in 20 jaar dus. 

Toen mijn vader in 1993 overleed, was er geen hypotheekschuld meer. En tot mijn verbazing kwam de levensverzekering vrij en kreeg mijn moeder er ineens fl 42.000 bij! Ik had geen idee dat dit zou gebeuren, want ik wist helemaal niet dat er een levensverzekering was afgesloten. Dat was een verrassing! Mijn moeder was ineens een rijke weduwe!