Op 12 en 13 september kon je veel monumenten bezichtigen. Gratis, vaak met een interessante rondleiding.
En jullie hadden nog een (beeld)verslag te goed. Voor diegenen die dat interesseert.
Ik ga er twee blogjes over schrijven, over iedere dag één.
Vandaag over het bezoek aan de stad Groningen en binnenkort over mijn tochtje naar Garmerwolde en Thesinge.
Ik ging met de bus naar het centrum van de stad en ik had een lijstje gemaakt van gebouwen die ik wilde bezichtigen. Een verlanglijstje.
Eerst naar huize Tavernier. Een groot Jugenstilpand.
In 1905 betrok de schatrijke fabrikantenweduwe Jacomijna Hooites Meursing de villa samen met haar twee dienstbodes. De villa werd versierd met panelen en tegeltableaus met daarop bloemen, planten en dieren en symbolen die verbonden waren met de strokartonindustrie.
Eigenlijk zijn alleen de begane grond en de buitenkant nog steeds in stijl.
En daar heb ik foto's van.
 |
| plafond |
 |
| zuilen in de voorgevel |
 |
| lambrisering op de begane grond |
 |
| glas in lood ramen van de serre |
 |
| Eigen foto van de achterkant |
Toen ik uitgekeken was in deze grote villa, verbazend groot voor een alleenstaande weduwe, liep ik door naar de A-kerk.
Dit las ik op de site van de open monumentendag.
De Akerk is zo’n achthonderd jaar oud. Omstreeks 1200 kwam op de oostelijke oever van het riviertje de A een kapel te staan. Die groeide al snel uit tot een grote kruisbasiliek, een kerkgebouw met een plattegrond in de vorm van een kruis. De kerk was gewijd aan Sint-Nicolaas, de beschermheilige van schippers. Die woonden er volop in dit deel van de stad. De A was een belangrijke waterweg voor de handel. Pas in 1246 wordt de Akerk voor het eerst genoemd in een geschreven document. In de vijftiende eeuw werd hard gewerkt om de kerk te vergroten. De werkzaamheden duurden ongeveer zeventig jaar. De Akerk kreeg daardoor omstreeks 1495 in grote lijnen de vorm die ze nu nog steeds heeft.
De helft van haar achthonderdjarig bestaan was de kerk katholiek. In 1594 ging Groningen over naar de Hervorming. Alles dat aan het katholieke gebruik herinnerde, verdween toen uit het interieur. Tot 1970 vonden in de Akerk protestante diensten plaats. Eén ding veranderde in acht eeuwen niet. De kerk staat midden in het stadsleven. Wat in al die tijd buiten de muren gebeurde, is vaak nog terug te zien in de kerk. De Akerk is daarom veel meer dan een architectuur- of kunsthistorisch monument. Ze biedt onderdak aan ontelbare grote en kleine geschiedenissen. Daarom is de Akerk het geheugen van een levende stad.
Enkele hoogtepunten:
Schitterend vond ik het wandkleed! En ook de kerk, maar die had ik al wel eerder gezien. Klik vooral ook op de link naar de site van de ontwerpster Hedy Tjin. Daar kun je foto's bekijken van de werkzaamheden aan dit kleurige wandkleed.
Toen zou ik nog meer monumenten bezoeken, maar het kwam er niet van. Ik kwam een vriendin tegen en we praatten bij. In de kerk. Daarna was het al vrij laat en probeerde ik nog één monument - het Pelstergasthuis- maar ik kon de ingang niet vinden. Ik zag nergens een vlag van de Open Monumentendag. Te moe om nog iets anders te zoeken, stapte ik toen toch maar op de bus. Het was een welbestede middag, maar ik was er wel moe van geworden.
Wij zijn in Gouda naar monumenten gaan kijken en hadden een heerlijke dag.
BeantwoordenVerwijderenLeuke sfeer ook.
Marijke