Welkom bij Zuinigaan

Dit weblog gaat over bezuinigen, consuminderen en nog meer, want een mens is tenslotte meer dan alleen een consuminderaar, of zo je wilt een vrek. In '07 kocht ik mijn huis, in december 2018 word ik 66 jaar en mag ik met pensioen, want dan krijg ik mijn AOW. Ik heb een pensioengat van 20 jaar. Ik verkeek mij op de kosten van een koophuis en constateerde dat ik financieel vanaf mijn 66e jaar nogal krap zou komen zitten, vooral vanwege het pensioengat. Dus daar ging ik wat aan doen en op deze weblog vind je mijn berichten hierover.

donderdag 14 maart 2013

Zuinig en armoede ruim honderd jaar geleden

Gisteren was ik bezig over vroeger, nu ga ik nog verder terug, naar de gezinnen van mijn overgrootouders.
Mijn ouders waren afkomstig uit een arbeidersmilieu. Beide grootouderparen waren strijdbare arbeiders die streefden naar verbetering van de omstandigheden van de arbeiders. De ene oma liep mee met betogingen voor het vrouwenkiesrecht, de andere opa was zeer actief in de vakbond. Mijn grootouders zijn geboren in 1896, 1896, 1898 en 1899. Ze waren dus van de zelfde generatie

De voorouders van mijn grootouders woonden op het Friese platteland. Rond 1890 zijn deze families naar de stad Leeuwarden getrokken om daar werk te vinden als werkman of arbeider. De gezinnen waren groot en men kwam terecht in kleine woninkjes. Mijn beide opa's hadden 10 broers en zussen. Mijn beide oma's kwamen uit een wat kleiner gezin, zij hadden elk 4 broers en zussen, naar de huidige maatstaven nog steeds veel mensen.
Trekschuiten in Leeuwarden 1896 - Nieuwstad. Bron: www.binnenbuitenpost

Ik heb gehoord dat deze mensen woonden in tweekamerwoningen in een steeg. Er was een kamer met bedstede op de begane grond en een zolder boven. In de kleine woningen werd de was gedroogd, het eten op petroleum gekookt, of er werd in de winter een rokerig turfvuur gestookt. Op die zolder sliepen de kinderen. Ik weet van het huis van de ouders van mijn oma dat ze waterleiding hadden. Er was een kraan in de gang bij de voordeur, ongeveer op kniehoogte, zodat je er een emmer water uit kon tappen. En dat was het dan, wat het water betreft.

Wc’s waren er niet, de gebruikelijke voorziening was een ‘gemak, of poepdoos’ achter in of buiten het huis. Zittend op een houten bankje deden de bewoners daar hun behoefte, boven een ton. In de stad Leeuwarden was een wisseltonnenstelsel. Een keer in de week werd de volle ton vervangen door een lege ton. In 1970 waren nog steeds 2500 huishoudingen die gebruik maakten van een ton. Ook in het huis van mijn grootouders, en tot 1960 in het huis van mijn eigen ouders, was een ton. Die ton stond in een aangebouwd schuurtje. Er was geen verwarming. Het was in de winter heel koud om naar de ton te gaan. Eén voordeel had de kou wel, als het warm was, had je veel meer last van de geuren die de ton verspreidde, in de koude was de ton relatief geurarm. Ik heb ook nog meegemaakt dat er geen wc was, maar alleen een tonnetje. Ik was altijd heel bang voor de tonnenman, de man die de zware ton kwam verwisselen voor een lege. Ik was bang dat hij zou knoeien en dat de vieze derrie over mij heen zou vallen. Er gaan verhalen de ronde, dat als bewoners deze mensen geen fooi gaven, er regelmatig "per ongeluk" een ton viel in de gang of in de huiskamer.

Ik heb gezocht om oude foto's van dergelijke woningen, maar in armoedige buurten hadden mensen geen fototoestel en voor een foto was ook weinig aanleiding: wie wil er nou een foto maken van een armoedig huisje.

Bij onderzoek van de on-line archieven ontdekte ik dat de gezinnen van mijn overgrootouders niet alleen hun eigen kinderen herbergden, maar ook familieleden. De oom en grootvader van mijn opa woonden in bij het gezin van mijn opa. Er waren 11 (!) kinderen, van deze kinderen werden er 9 volwassen en 2 zijn als kind overleden. Waarschijnlijk betaalden de oom en grootvader voor kost en inwoning, zodat er iets meer geld was om alle kinderen te voeden en te kleden. Ook in het gezin waar mijn oma opgroeide, woonde een broer van de moeder als kostganger, zodat ook in dat piepkleine huisje 8 mensen woonden.

Hoe leefden ze? Eerlijk gezegd weet ik er niet zo veel van. Wel dat er niet in alle huishoudingen voldoende stoelen waren en de kinderen moesten staan bij het eten. In de heel grote gezinnen, waar 13 mensen in één huis woonden, werd ook wel in ploegen gegeten. Eerst 6 mensen een maaltijd en daarna de overige zeven. Ook weet ik dat de kinderen vanaf hun 11e of 12e jaar werkten. De meisjes in een dienstje als dienstmeid en de jongens als knechtje, als hulpje. De vrouwen bleven thuis, zorgden voor al die kinderen, deden de huishouding, breiden sokken, truien, naaiden kleding, deden boodschappen.
En voeding? Mijn opa had een groententuin en kippen, gewoon midden in Leeuwarden, vlakbij de sportvelden van Cambuur.  Ik veronderstel dat zijn ouders ook al wel groenten verbouwden en dat mijn opa deed wat zijn ouders ook al deden. Leeuwarden was een provinciestadje. Waarschijnlijk waren er wel stukjes grond beschikbaar waarop groenten verbouwd konden worden. De andere opa had perenbomen in zijn tuin, stoofperen en handperen en ook hij hield kippen.

Overigens bereikten een deel van mijn overgrootouders echt respectabele leeftijden. Ik had acht overgrootouders, ze werden 73 (m), 65 (V), 89 (m), 64 (v), 89 (m), 77 (v), 84 (m), 83 (v)
De rode koppels zijn de grootouders van mijn moeder en de groene koppels zijn de grootouders van mijn vader. Opvallend is dat alle grootvaders ouder werden dan hun echtgenoten. Zou dat met de armoede te maken hebben gehad? Of was het toeval?

18 opmerkingen:

  1. Leuk verhaal! Misschien dat de grootmoeders door het baren van al die kinderen en (bijna) de hele dag in die muffe kleine huisjes, vatbaarder waren voor bepaalde ziektes. Was het ook niet zo, toen, dat de mannen meer te eten kregen dan de vrouwen? Vrouwen deden immers minder zwaar werk?!#$%^&*.
    Zo even mijn gedachten, ik zou het anders niet weten.
    Mijn grootouders kwamen uit dezelfde periode alleen 1 oma niet uit 1899, maar was van 1901.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Door al die zwangerschappen waren de vrouwen eerder versleten.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mijn grootouders zijn van 1879, 1881 en 1881 en 1884. Het ene stel had een schildersachtergrond en het andere stel had een klein timmerbedrijf gecobineerd met nog wat boeren. Ze hadden nog wat varkens. Deze grootouders rookten het vlees in de schoorsteen. Ze overleden toen ze midden 60 waren aan kanker in het spijsvertetingssysteem. Ongetwijfeld door het gerookte eten veroorzaakt. Mijn andere grootvader kreeg leverkanker door loodwit. Is toch 81 geworden. Grootmoeder werd 84. Alleen mijn schildergrootvader kwam uit een erg armoedig gezin. Hij is weggegaan toen zijn vader voor de 2e keer trouwde. Hij kon niet met stiefmoeder. Hij heeft zijn broers en zussen daarna nog zelden gezien. De andere grootouders kwamen uit een gezin wat naast een ambacht ook wat boerengedoe was. Zo was er sltijd eten.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Mooi stuk. Ik ken het ook uit verhalen van mijn grootouders.Ook over met een pijnlijke buik van de honger naar bed. Ik kan niet echt invoelen,hoe het leven toen moet zijn geweest

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Er werd ook echt wel gewerkt door de moeders in die tijd hoor, al loste dat de bittere armoede niet op. In ons dorp werd voornamelijk vlas verbouwd. De vrouwen hadden de kleine kinderen bij zich, die bij elkaar stonden in een ton tot ze er apatisch van waren. Het werk was verschrikkelijk zwaar en stoffig en de mensen leden vaak aan vlaskoorts.
    Ik heb er door mijn oma over horen vertellen die dit allemaal zag, toen ze een dienstje kreeg, toen ze elf werd, bij een rijke familie in dat dorp. Ze mocht alleen zondagmiddag naar huis. Het is goed dat die tijden voorbij zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Even een aanvulling op mijn reactie van 08:49... mijn oma is van 1904 en moet dus uit werken gegaan zijn vanaf eind 1915 (toen werd ze namelijk elf). Die schrijnende omstandigheden van de vlasarbeiders (en waarschijnlijk nog vele andere beroepsgroepen) kan dus nog geen 100 jaar geleden zijn.

      Verwijderen
    2. Mijn oma was ook van 1901, en moest een dienstje. 11 jaar oud. ze deed de kinderwas en paste op de kinderen van dokter Mesdag. De schilder was zijn broer. Ze gingen de hele zomer naar Noordwijk in Huis terDuin, er zijn mooie foto"s van. Maar ze vond het vreselijk, ze miste haar moeder en alle broers en zussen!!! Gezina

      Verwijderen
  6. Ik vraag me altijd af hoe ze zoveel kinderen konden verwekken met zoveel mensen in huis. Vaak sliepen ook kinderen in slaapkamer van ouders.

    Mijn grootouders waren ook van rond 1900, over echte armoede heb ik nooit gehoord. Beiden hadden waarschijnlijk net een iets beter opleiding en beroep.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Mijn grootouders zijn ook van rond 1900 en zeker die van moederskant hebben veel armoede gekend. Mijn oma van moederskant is in een krottenwijk geboren waar de meeste kinderen overleden voordat ze 4 jaar waren.
    Dan sta ik echt verbaasd hoe snel zoiets kan veranderen in een paar generaties en hoe blij ik ben met het dak boven mijn hoofd, geen honger, geen kou, geen geldzorgen.
    Ook bij mijn voorouders ambachtsmensen en vakbondsmensen.
    Mijn ouders werkten allebei, wat best bijzonder was in het begin van de jaren '70. Ze wilden het financiëel beter hebben voor hun gezin dan dat ze het zelf gehad hebben.
    Toch heb ik het idee dat de achtergrond van armoede/arbeider generaties lang nog effect kan hebben.
    Manlief en ik hebben een zelfde soort achtergrond en het was al heel wat als je een MBO-opleiding had en daarna ging je werken. Dat was in de jaren '80. En dat terwijl we allebei goed konden leren en manlief later weer is gaan studeren en universiteit heeft gedaan. Had hij veel eerder kunnen doen, maar het was iets wat 'buiten bereik' leek te liggen, iets voor kinderen van rijke ouders.

    Groetjes, VeggieMo

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Mijn vier grootouders zijn geboren tussen 1898 en 1908. Alle vier schipperskinderen, en ze trouwden ook weer met schipperskinderen (elkaar dus). Net als bij boeren deed het er erg toe van wat voor schip je partner afkomstig was, kleiner of groter. hoeveel tonnage, was het zelfstandige vaart of in loondienst? Was er een suikeroom die evt. een onderhandse lening voor een nieuw schip kon verstrekken? En natuurlijk de juiste geloofsovertuiging, want een gereformeerde schipperszoon ging niet met een hervormde schippersdochter. De verhalen over sokken stoppen, lakens verstellen, versleten kleding keren, restjes eten verwerken etc, herken ik allemaal. Schipperskinderen moesten voor de leerplicht naar kosthuizen, pleeggezinnen of internaten. Mijn grootouders hadden het in de oorlog niet slecht omdat ze als schippers ingezet werden bij de voedseltransporten tussen Friesland en de Randstad. Ze hebben wel honger gezien, maar niet zelf ervaren. Wel hadden ze met ziektes te kampen die samenhingen met hun beroep, zoals longziekten (stof, dampen, gassen inademen), rachitis (op die kleine scheepjes werden kleine kinderen vaak binnen vastgebonden aan een touw aan de tafelpoot, want het was levensgevaarlijk ze buiten te laten scharrelen, er verdronken veel jonge schipperskinderen, maar omdat die kinderen dus altijd binnen moesten blijven en er geen daglicht binnenkwam, kregen ze makkelijk rachitis.
    Ik ben nog op schippersinternaten en in pleeggezinnen geweest.In mijn schoonfamilie werd wel gestudeerd, mijn schoonvader is nog naar het seminarie geweest. Een verhouding tussen protestant en katholiek, zoals bij ons, had tot voor 1970 echt niet gekund. Mijn kinderen studeren nu allemaal aan een universiteit.
    Inderdaad, een heel groot verschil in een tijdsspanne van maar een eeuw.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Ik ben van 1950 en opgegroeid in een gezin van 12 mensen (ouders en broers en zussen). Het huis waarin we woonden had 3 slaapkamers. Een voor mijn ouders en de jongste aanwinst ivm borstvoeding. Een jongens- en een meisjeskamer. We hadden geen badkamer maar wel waterleiding en electriciteit. Zaterdags gingen de kinderen tot 12 jaar in de tobbe in de (woon)keuken en de oudere kinderen met een klein teiltje met warm water naar de slaapkamer om zich daar van tot tot teen te wassen. We gingen verhuizen naar een huis met badkamer toen ik bijna 16 was.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Ik ben eigenlijk wel toe aan wat vrolijker stukjes. Al die berichten over de crisis maakt je nog depressief.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Daar ben ik het totaal niet mee eens! Het geeft je een gevoel dat we het in " onze " tijd met de crisis, wij het nu stukken beter hebben dan onze voorouders of grootouders! Des te meer een reden om dankbaar voor te zijn, en te kijken naar de dingen die je WEL hebt ipv die je niet hebt of dingen die op dit moment niet zo lekker lopen.
      Er zijn dan nog dingen genoeg om erg dankbaar voor te zijn!!

      Groeten Jolanda

      Verwijderen
    2. Het is helemaal niet mijn bedoeling om depressieve stukjes te schrijven. Dit stuk heeft eerder het doel om mensen te laten beseffen hoe veel beter iedereen het heeft, hoeveel beter de huisvesting is, kinderen van 12 jaar hoeven niet meer te werken. Ik denk dat er in de afgelopen 100 jaar heel veel verbeterd is.

      Verwijderen
    3. Idd, ZuinigAan, grosso modo is er in een eeuw echt veel verbeterd. En daar zul je nu niets aan hebben als je in een scheiding zit, je baan kwijt bent of je huis niet kunt verkopen, maar het is prima even te beseffen hoezeer mensen een eeuw geleden nog aan hun lot waren overgeleverd zonder enige mogelijkheden.

      Verwijderen
  11. Mijn ouders waren van rond 1910. Ze kregen drie dochters. 1938, 1940 en 1944. Mijn grootouders waren boeren. De één een gepacht bedrijf en de ander een eigen. Om alle lasten te kunnen betalen was mijn grootvader van moeders kant ook petroleumverkoper. Ik herinner me nog de put voor het watergebruik, het spoelen van de was in de wijk naast het huis van vaderskant. Mijn oma stond dan tot haar billen in de wijk met de rokken vastgemaakt rond haar middel. De rok werd toch altijd nat en moest aan aan de bast drogen. Mijn moeder ging de deur uit om als jongste meid te werken bij grotere boerderijen. Het loon was vijftig gulden per jaar en kost en inwoning (niet te veel van voorstellen) één keer in de vier weken mocht ze op bezoek naar huis. Tot mijn 23ste woonden we in een klein onbewoonbaar huis, alleen één kraan, een wc ton -die mijn vader zelf leegde op de mestvaalt- en ik waste me dagelijks van top tot teen in twee emmers water. Haren wassen; op je knietjes boven een teiltje en een ketel met warm water die mijn moeder over mijn haren schonk voor het uitspoelen. In mijn jongste jaren werd kleding vermaakt, zelfs wel een jas van een ander en dan de binnenkant van de stof. Mijn moeder maakte alle kleding zelf en voor ons werd hetzelfde gemaakt. Drie dochters met dezelfde rokken, dat was goedkoper -minder stuken over- en drie dezelfde truien van heel dunne wol gebreid. Sokken, de boorden werden afgeknipt bij een versleten voet en opnieuw weer aangebreid. We hebben nooit honger geleden, ook door de grote groententuin. En ik herinner me een heerlijke jeugd. En de kennis die toen op die manier werd overgedragen daar ben ik nu nog erg blij mee. Want sokken breien en boorden opnieuw gebruiken voor een tweede paar, van de onderkanten van hemden ondergoed maken voor de kinderen, uit een versleten overhemd/broek van een volwassene een kledingstuk maken voor je kinderen. Ik heb dat zelf ook gedaan. Niets mis mee. Maar wil ieder die dit leest wel bedenken dat de goedkope kledingwinkels er toen niet waren? Die luxe kreeg ik pas rond 1975. Nadien maakte ik ook niet meer alle kleding. En dat er een stofzuiger, wasmachine en radio kwam, in ons trouwen een tv. kochten en een telefoon konden laten aansluiten, en nu de luxe kunnen hebben van een droogtrommel en vaatwasser, een computer. We hebben het wat minder (letterlijk minder inkomen)en terug hoeft ook niet. Maar is het voor ons mensen niet goed om de rijkdom van nu eens te bezien met andere ogen? En blij te zijn? Gratis komt iedere dag de zon op en af en toe zelfs de maan. Mijn leven ging/gaat over rozen. Als je een prachtige bos krijgt zitten er aan de stelen doornen. De lesstof van een doorleeft leven. Heb het goed allemaal.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Mijn moeder ging op elfjarige leeftijd werken. Mijn beide oudste zusters op 14 jarige leeftijd en ikzelf drie dagen na mijn vijftiende verjaardag. Met avondstudie en veel lezen (autodidact) heb ik veel "bijgeleerd". Maar 's avonds studeren bij een baan is vandaag de dag vloeken in de kerk. Heb het goed.

      Verwijderen
  12. Interessant om te lezen, al die verhalen! En inderdaad, vanaf die kant bezien hebben we nu veel om dankbaar voor te zijn.

    BeantwoordenVerwijderen