Een week geleden schreef ik over de nakomelingen van Antje en Tjitte. Lees hier dit verhaal.
Maar er valt over hen meer te vertellen.
Ze trouwden eind september 1894 en hun eerste kind werd nog geen 7 maanden later geboren. De jongen was niet te vroeg geboren. Het was een voldragen kind en de baby was dus voor het huwelijk verwekt.
Dat viel niet goed in hun kerkelijke gemeenschap. Je moest als maagd het huwelijk in gaan. Geen seks voor het huwelijk, anders was je zondig!
Dus moesten ze voor de kerkelijke gemeenschap hun "zonde" bekennen en spijt betuigen van hun slechte gedrag.
Maar deze beide echtelieden die deden dat niet. Ze vonden dat ze niets verkeerd hadden gedaan en stapten uit de kerk, ze werden buitenkerkelijk. Ze hoorden niet meer bij de Nederlands Hervormde kerk.
Ongewoon voor die tijd.
Maar er was wel een probleem.
Tjitte had een bedrijfje, samen met zijn broer. Een kuiperij en wagenmakerij. Hij maakte van hout kuipen en wagens en ook klompen. Waarschijnlijk weinig nieuwe wagens, maar voornamelijk reparaties aan wagens en koetsen.
Aangezien bijna alle (potentiële) klanten wel lidmaat waren van de kerk, gingen al snel de mogelijke klanten naar een ander bedrijf in een naburig dorp. De wagenmakerij dreigde failliet te gaan.
Dan zouden de broers hun broodwinning kwijtraken.
Dus gingen ze verhuizen, naar een dorp 50 km verderop in Friesland. Tjitte ging werken bij een wagenmaker/kuiper. In een dorp waar ze wat minder streng in de leer waren.
Daar werden meer kinderen geboren en daar groeide mijn grootmoeder op. Tot haar 12 jaar, toen ze als dienstmeisje ging werken in de grote stad Leeuwarden. Haar zus, die een jaar jonger was, volgde en werd ook dienstmeisje.
De techniek ging snel, er kwamen auto's en er waren minder koetsen en wagens nodig, dus minder werkopdrachten voor de wagenmakerij. Ook de houten kuipen werden vervangen door zinken emmers en teilen. De wagenmakerij/kuiperij waar mijn overgrootvader Tjitte werkte, liep niet meer zo goed.
En de hele familie kwam in 1909 naar het dorp Huizum, later deel uitmakend van de stad Leeuwarden.
Tjitte werd werknemer bij de gemeente. Hij ging tonnetjes repareren. De poepdozen die in Leeuwarden in bijna alle huizen stonden en veel later vervangen werden door wc's. Lees hier meer over de poepdozen.
Tjitte was toen 43 jaar en had nog wel even te gaan voordat hij met een soort van pensioen kon, AOW was er in zijn tijd nog niet. Het was een vaste baan en het systeem van tonnen bleef tot in de jaren 60 van de vorige eeuw bestaan.
Bij zijn inschrijving in het bevolkingsregister staat een rood stempel met GEM. PENS.
maandag 27 juli 2026
Meer over Antje en Tjitte
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Inderdaad de kerk waar je toe behoorde,had ook invloed op je inkomsten. Als kind moest ik boodschappen halen bij winkeliers van de kerk. Ook al woonden die verder weg.
BeantwoordenVerwijderenEr was een gereformeerde kerk en een Nederlands Hervormde kerk. Mensen die niet lidmaat van die kerk waren, waren er niet in dat dorp.
VerwijderenIn de kerk waar ik ben opgegroeid moesten stellen zelfs tot in de jaren 80 openlijk voor de kerk schuld belijden. Tot een nieuwe, redelijk jonge dominee op een gegeven moment aan de kerkenraad vroeg wie van hen nou absoluut nooit iets had uitgevreten vóór het huwelijk, en gewoon geluk had gehad. Toen bleef het stil, en daarna hoefde er geen schuld meer beleden te worden.
BeantwoordenVerwijderenWat je geluk noemt. Ik weet van een dominee die verteld werd dat een man het zo absurd vond. Had tie zo veel “ geluk gemaakt en gehad “ moest tie op zijn knietjes dat als zonde belijden. Dat voelde voor hem zo absurd
VerwijderenPrecies de reden waarom ik niets van religie wil weten. Ik geloof niet in een God die voorschrijft hoe je moet leven. Ik geloof in leven puur vanuit je hart. God zie ik als een energie, de bron, een kracht waarvan uit alles ontstaan is, liefde etc.
BeantwoordenVerwijderenEen kind wat geboren is voor het huwelijk is in mijn ogen nooit een zonde. Het is een liefdesbaby.
Bedankt voor de leuke blog! Verassend dat Tjitte geen spijt betuigen belangrijker vond dan het voortbestaan van zijn eigen bedrijfje.
BeantwoordenVerwijderenIk denk dat mijn overgrootvader de consequenties van dit besluit niet verwacht had. Hij was een twintiger, net terug van militaire dienst en zich misschien niet zo bewust dat dit uitsluiting betekende.
VerwijderenEn gelijk hadden ze, dat ze uit de kerk stapten. Wat een mensonterende praktijken, en dat in de naam van religie!
BeantwoordenVerwijderenNa de geboorte van mijn jongste broertje (het negende kind, 1965) mocht mijn moeder niet meer zwanger worden van de arts. Mijn vader ging naar de pastorie om toestemming te vragen voor het gebruik van anti-conceptie. Die toestemming werd geweigerd
BeantwoordenVerwijderen. ‘Het aantal kinderen die uit jullie ‘samenkomst’ geboren worden is de wil van God’ kreeg hij als antwoord.
Mijn vader vertelde dit een paar dagen voor zijn overlijden . Hij zei:
Dit is de enige keer dat ik bewust tegen de wil van ‘God’ ingegaan ben en ik hoop dat Hij me dat vergeeft’