Welkom bij Zuinigaan

Dit weblog gaat over bezuinigen, consuminderen en nog meer, want een mens is tenslotte meer dan alleen een consuminderaar, of zo je wilt een vrek. In '07 kocht ik mijn huis, in december 2018 word ik 66 jaar en mag ik met pensioen, want dan krijg ik mijn AOW. Ik heb een pensioengat van 20 jaar. Ik verkeek mij op de kosten van een koophuis en constateerde dat ik financieel vanaf mijn 66e jaar nogal krap zou komen zitten, vooral vanwege het pensioengat. Dus daar ging ik wat aan doen en op deze weblog vind je mijn berichten hierover.

vrijdag 5 juni 2015

Studeren in de jaren 70

In 1972 behaalde ik mijn Havodiploma en ging ik in Groningen studeren. Ik mocht van mijn ouders op kamers! Mijn iets oudere nichtje moest dagelijks met de trein van Leeuwarden naar Groningen, maar ik mocht op kamers!
Studeren in de zeventiger jaren was iets heel anders dan nu.
Wat was er allemaal anders?

- Hoe vind je in het computerloze tijdperk een kamer?
Ik ging naar de stad en las huis-aan-huis bladen bij een vriendin die al in Groningen woonde, ik ging langs kamerbemiddelingsbureaus. De Stichting Studentenhuisvesting hielp niet, want die was er voor studenten aan de universiteit en niet voor andere opleidingen.
Ik huurde vanaf half mei een piepklein kamertje in het centrum van de stad, met het idee dat ik van daaruit wel een grotere kamer kon vinden. Het kamertje was ca 2,5 x 2,5 meter. Heel erg klein, niet iets om lang in te blijven. Dus ik ging verder op zoek. Ik heb heel veel kamers gezien: zolderkamers die niet verwarmd konden worden, kamers waar je zelf moest zorgen voor een oliekachel.
Ik vond een kamer die wel geschikt was. In mijn nieuwe kamer stond een bed, een kast en een petroleumkachel. Die waren van de vorige huurster en ik kreeg deze spullen in bruikleen. Ze wilde gaan samenwonen met haar vriend, maar had voorlopig geen plek voor de spullen op de kamer. Ik vond het prima. Er was voor 2 mensen een gezamenlijk keukentje, we woonden met 4 mensen in het bovenhuis, op de 1e verdieping 2 meiden en boven 2 jongens die niet gebruik konden maken van de keuken.

- Mijn studentenkamer werd verwarmd door een petroleumkachel. Het was een Calmixkachel, een vrijwel reukloze petroleumvergasser. Gelukkig was hij aangesloten op de schoorsteen en konden de verbrandingsgassen afgevoerd worden. Maar komend uit het centraal verwarmde huis van mijn ouders was het wel even wennen met zo'n ding. Je moest hem iedere ochtend aansteken en ook als je weer thuiskwam, je moest regelmatig petroleum halen bij één van de winkeltjes in de buurt.
Medestudenten hadden soms een petroleumkachel die geen afvoer had en waar de verbrandingsgassen in hun kamer kwamen. Dat stonk behoorlijk en was volgens mij ook niet zonder gevaar. 

- Winkeltjes: in die tijd waren er in de (Indische)buurt nog heel veel winkeltjes. Direct om de hoek was een VIVO kruidenier, maar ook verderop waren nogal wat kleine winkels: groentewinkels, een winkel waar ze petroleum verkochten, een rookwaren/tijdschriftenwinkel. Als ik nu door diezelfde straten fiets, dan is er geen winkeltje meer te bekennen en moet je voor je boodschappen veel verder weg. Dat zijn dan wel grotere winkels, dat dan weer wel.

- Koken? De keuken was uitgerust met een tweepits kookplaat en er was een geisertje dat ook zorgde voor het douchewater. Geen koelkast, geen oven, alleen een kookplaat en een warmwatertappunt en verder niets. Je hóéfde als student niet te koken, er was ook zoiets als een studenten mensa waar je tegen betaling van weinig geld een maaltijd kon eten. In de studentenstad Groningen waren er 2. Het eten was er vrij goedkoop, maar zelf maken was nog steeds een stuk goedkoper. Om je een idee te geven: in Leiden is op dit moment nog steeds een mensa, daar verkopen ze doordeweeks een avondmaaltijd voor €4,47.

- In mijn studentenhuis was geen telefoon en een mobiele telefoon bestond nog niet. Ik belde zo nu en dan vanuit een telefooncel naar mijn ouders: ik kom dit weekend naar huis en neem een lading was mee. Of: ik kom niet naar huis, want ik ga naar een feest. Zij konden mij niet bereiken, hooguit door de auto te pakken en voor mijn deur te staan. Die telefooncellen werkten op kwartjes en guldens. Je moest altijd zorgen dat je voldoende kwartjes en guldens had, anders kon je niet bellen. Op zich was het vinden van een telefooncel geen punt, die waren overal in de stad, bijna op iedere hoek. Zijn er nu nog telefooncellen? Volgens mij helemaal niet, ik zou het tenminste niet weten.

- Hoe ging het met de huur? De huisbaas verhuurde de kamers illegaal. Er mocht niets gegireerd worden en onze namen mochten ook niet op de voordeur staan. Ik ben achteraf verbaasd over de gang van zaken. De huisbaas had de sleutel van de kamers en eiste dat op een bepaalde dag van de maand de huur in een enveloppe op de schoorsteenmantel stond. De man kwam dus iedere maand in mijn kamer! Hoezo privacy?

- De opleiding die ik deed, was de 2 jarige HBO opleiding Bibliotheek- en Dokumentatie Akademie. Tegenwoordig zouden we deze opleiding een associate degree noemen en niet een HBO opleiding, maar toen heette het HBO. De opleiding was pas gestart en de meeste leraren en leraressen kwamen rechtstreeks uit de praktijk en waren niet bijzonder goed geschoold in het lesgeven. Soms ging dat uiterst klungelig. Tegenwoordig zou dat niet meer kunnen, die mensen rechtstreeks uit de praktijk, je moet tegenwoordig papieren hebben op het gebied van pedagogisch didactische vaardigheden.
Er waren niet veel vakboeken op de markt. Het meeste lesmateriaal ging in de vorm van stencils die tijdens de lessen verspreid werden.

- Hoe wist je of je geslaagd was voor een tentamen? De uitslagen van tentamens hingen op lijsten bij de administratie. Daar kon je dus bij jouw naam zien of je het tentamen gehaald had. Overzichten van resultaten kreeg je niet, je moest in principe alle tentamens in 1 keer halen en als het niet anders kon, snel daarna een herkansing doen.

- Hoe kwam je aan geld? Er was nog niet zoiets als basisstudiefinanciering. Sommige arme studenten kregen een studiebeurs. Hun vaders (soms hun ouders, maar dat kwam weinig voor, want werkende moeders had je bijna niet) verdienden te weinig geld en dan had je als student recht op een studiebeurs. Mijn vader verdiende te veel, hij moest mij geld geven voor de studie en de kamerhuur. Daar stond wel wat tegenover, hij kreeg voor mij 3x kinderbijslag. Dat gold tot uitwonende studerende kinderen 27 jaar waren. Dan kreeg je als ouder niets meer en moest je de studie van je langstudeerder zelf bekostigen.

Oeps, per ongeluk heb ik dit bericht een dag te vroeg gepubliceerd!
 Lees hier het bericht dat voor vrijdag 5 juni bedoeld was!
Dat gaat over energieverbruik.

6 opmerkingen:

  1. Wat leuk om te lezen over studeren in de jaren zeventig! Ik ben geboren in 1975.

    Bestond er in die tijd ook al een Universitair Sportcentrum?

    Dat van die lijsten met tentamenuitslagen op een prikbord ken ik ook nog. En in Leiden heb ik tijdens mijn studie ook af en toe bij de mensa gegeten.

    Wat betreft openbaren telefooncellen: er bestaan er nog wel, maar heel sporadisch, van RBL Telecom. Twee jaar geleden zat ik even zonder mobiel, en toen heb ik nog vanuit zo'n telefooncel bij Leiden Centraal gebeld.

    Prettig weekend.

    Pecunia.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ongeveer hetzelfde verhaal ken ik van mijn moeder, die heeft ongeveer in dezelfde tijd aan de universiteit in Groningen gestudeerd. Met huisvesting had ze meer geluk. Ze vond een kamer in een huis voor 3 vrouwelijke studenten waarvan eentje de dochter was van de eigenaar van het huis en zij was ook meteen een soort van huismeester. Ieder een eigen kamer maar verder deelden ze met z'n drieën alles en ze kookten ook vaak samen (scheelt ook in de kosten). Mijn moeder heeft nog regelmatig contact met haar oud-huisgenotes.
    Een Mensa of Refter (bij universiteiten met katholieke achtergrond, naar de eetzaal in een klooster) heeft volgens mij vrijwel elke universiteit nog. In Nijmegen niet alleen toegankelijk voor studenten (maar die krijgen wel korting). In plaats van in de stad te gaan eten (duurder!) gingen wij na een tentamen vaak met een aantal studiegenoten daar eten. Het menu staat wekelijks online: http://www.ru.nl/facilitairbedrijf/horeca/de-refter/weekmenu-refter/menu-komende-week/

    Groetjes Lily

    BeantwoordenVerwijderen
  3. In België is de laatste telefooncel opgedoekt !

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik studeerde in de jaren '60. In die 10 jaar veranderde er niet veel.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wat leuk, ik heb de eerste maanden van mijn leven (1975) gewoond in de Celebesstraat in Groningen. Mijn ouders bewoonden daar ook een bovenwoning.
    Toch eens vragen waar ze de boodschappen deden.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat een heerlijke verhalen. Wil je nog meer vertellen over hoe het vroeger was?
    Ik geniet er echt van. (Ben zelf geboren in 1969 en heb in de jaren tachtig hbo gedaan in Amsterdam.)

    Groetjes, Astrid

    BeantwoordenVerwijderen